donderdag 27 augustus 2009

Het IIAV heeft een nieuwe naam: Aletta


Het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) heeft een nieuwe naam. Vanaf 11 augustus jongstleden heten wij: ‘Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis’. Noteert u www.aletta.nu in uw bookmarks om ook onze geheel vernieuwde website gemakkelijk te vinden.

dinsdag 25 augustus 2009

'Moffenkind' alsnog Duits staatsburger

Sinds februari 2009 kunnen Franse oorlogskinderen voor het eerst de Duitse nationaliteit krijgen. Een Duitse regeling maakt het toekennen van de Duitse nationaliteit aan niet erkende oorlogskinderen mogelijk.
Op 5 augustus kreeg Daniel Rouxel (66) op het Duitse consulaat in Parijs als eerste oorlogskind uit een verboden Frans-Duitse liefde de Duitse nationaliteit. Geschat wordt dat er zo'n 200.000 Frans-Duitse oorlogskinderen zijn. Op officiele papieren stond bij de vader 'onbekend' of 'Mof'.
Bron: NRC 06-08-2009

donderdag 21 mei 2009

Reactie van Ismee Tames op Chris van der Heijden.

Ismee Tames reageert op het artikel van Chris van der Heijden in NRC 15 mei 2009:
"Chris van der Heijden heeft naar aanleiding van mijn boek Besmette jeugd kritiek op het NIOD (Opiniepagina, 8 mei). Hij komt met interessante ideeën, maar slaat ook de plank mis. (...) Anders dan Van der Heijden suggereert is er de afgelopen decennia steeds meer aandacht gekomen voor kinderen van NSB’ers: Werkgroep Herkenning werd opgericht, er verschenen interviews, levensverhalen en rapporten. Besmette jeugd brengt iets nieuws. Het geeft inzicht in de maatschappelijke context waarin deze levensverhalen zich voltrokken."

De gehele reactie is online te lezen op de website van het NRC.

zaterdag 16 mei 2009

Ingezonden brief van het IIAV in het NRC 17 mei 2009.

Vandaag stond een ingezonden brief van IIAV projectleider Lin McDevitt-Pugh in het NRC, naar aanleiding van het opiniestuk van Chris van der Heijden over het NIOD project 'Erfenissen van Collaboratie'.

zaterdag 9 mei 2009

NIOD-onderzoek naar NSB'ers en hun kinderen: een slechte start

In het NRC Handelsblad van 8 mei stond een artikel van Chris van de Heijden over het boek 'Besmette Jeugd' van Ismee Tames. De NRC plaatste abusievelijk een verkeerde versie, de goede is deze:
Toen het Nederlands (toen nog Rijks-) Instituut voor Oorlogsdocumentatie zestig jaar geleden opgericht werd, was de belangrijkste vraag wat het precies moest doen. Stap 1 lag voor de hand: bronnenverzameling. Zonder deze is geschiedschrijving onmogelijk. Daarna was de vraag: gaan we de belangrijkste bronnen uitgeven of gaan we meteen geschiedenis schrijven? Voorstander van de eerste richting was Dolf Cohen, vader van de huidige burgemeester van Amsterdam. Voorstander van de tweede Loe de Jong. Laatstgenoemde 'won', als je het zo mag noemen, Cohen ging middeleeuwse geschiedenis in Leiden doceren en De Jong vertoonde eerst De televisieserie De Bezetting en schreef vervolgens zijn magnum opus. Zoals bekend vertelt hij daarin het verhaal van zijn generatie: hoe de oorlog was gekomen en weer verdween en wat er in de tussentijd gebeurde. Dat verhaal is doortrokken van één en dezelfde toon. Veelal wordt die toon samengevat met de woordjes goed en fout maar zo simpel ligt het niet. Coherent is het Koninkrijk echter wel. Het is onmiskenbaar het werk van één man, gevormd door karakter, afkomst en tijd. Is dat laakbaar? Natuurlijk niet. Is het bezwaarlijk? Wellicht.

Andere tijden, zo weten we, stellen andere vragen. Andere vragen leggen andere klemtonen. Het was deze wijsheid die Dolf Cohen, mediëvist van vorming, bronnenuitgave deed verkiezen boven geschiedschrijving. Hij wist dat er een tijd zou komen dat het perspectief op de oorlog zou veranderen (hoe vaak is het perspectief op de Middeleeuwen niet veranderd?) en dat het daarom verstandig was je, zo lang het nuttig was, op het materiaal in plaats van op het verhaal te concentreren. Zijn stem werd niet gehoord. Men wilde, om het vreselijke woord te gebruiken, 'zingeving'. De Jong en tallozen in zijn voetspoor zorgden hiervoor en werden erom bejubeld. Voor de eventuele schaduwzijden - dat concentratie op het verhaal ten koste gaat van de bronnen en dus eerder de actualiteit dan de geschiedschrijving dient - was minder belangstelling.

Een onvermijdelijk gevolg van De Jongs 'zingeving' is dat er voorbijgegaan werd aan onderwerpen die niet pasten. Dat werd, voor zover überhaupt opgemerkt, niet als een nadeel maar als een voordeel ervaren. Ze pasten immers niet. Een van de onderwerpen waarvoor dat geldt, is het verhaal van de ongeveer half miljoen Nederlanders die tijdens de oorlog op de een of andere manier te vriendelijk met de bezetter zijn omgegaan. Wilhelmina, De Jongs heldin, wilde ze het liefst afvoeren. Dat gebeurde niet. In plaats daarvan schreef De Jong ze weg. De voormalige collaborateurs lieten het gebeuren. Ze konden niet anders. Aandacht vragen stond gelijk aan oproepen tot openbare executie.

Jaren later en zeker met de gebeurtenissen van Srebrenica, Guantánamo Bay en Abu Ghraib voor ogen, weten we welk een misser hiermee begaan is. Wie 'daders' niet begrijpt, kan het proces dat slachtoffers maakt niet begrijpen. Maar helaas, we zijn te laat. De daders zijn gestorven of te oud om nog te spreken. En met hen is veel materiaal voorgoed verloren.

Om op de valreep nog een en ander goed te maken, werden kort geleden twee projecten gestart. Ze worden grotendeels betaald door VWS en richten zich op de - zoals dat heet - 'kinderen van foute ouders'. Ook die kinderen hebben er, gelukkig nogal wat uitzonderingen daargelaten, over het algemeen het zwijgen toe gedaan. Maar daarin zou nu, voordat het opnieuw te laat was, verandering komen. Vandaar dat een van die projecten bestaat uit een plek waar die kinderen hun verhaal kwijt kunnen (www.hetopenarchief.nl). Het voordeel ervan is tevens het nadeel: het is erg vrijblijvend. Ieder doet het zijne. Kaf en koren zijn ongescheiden. Het andere project is een door het NIOD gestuurd onderzoek dat Erfenissen van collaboratie is genoemd en onlangs een eerste product opleverde: Besmette jeugd. Kinderen van NSB'ers na de oorlog van Ismee Tames. Bedoeling is dat in komende tijd nog minstens drie van dergelijke studies volgen. De scepsis hierover in kringen van betrokkenen was groot. Begrijpelijk. Het NIOD was het instituut van Loe de Jong en deze had het verhaal weggeschreven. Waren zij de aangewezenen om het vervolgens weer op te rakelen - en dan bovendien via (jonge) historici die met het onderwerp geen enkele affiniteit hebben? Men onthield zich echter van commentaar omdat men eerst het resultaat wilde afwachten. Nu het er ligt is de teleurstelling bij de beschreven groep, voor zover ik kan nagaan, eveneens groot. Het is niet dat het boek van Tames slecht is. Afgezien van de hier en daar moralistische inleiding vind ik het zelfs nogal goed, zeker als je bedenkt dat de schrijfster van het onderwerp 'niets' wist en er slechts twee jaar aan gewerkt heeft. Toch begrijp ik de teleurstelling - en deel hem ook. Het is de toon. Het is de sfeer. Het is de ordening van de feiten. Al met al vertellen ze het verhaal dat een toonaangevend groepje, in dit geval gestuurd door het NIOD, vindt dat er verteld moet worden. Niet het verhaal van maar het verhaal over de kinderen. Een wrang bewijs hiervan is dat het manuscript, in de goede NIOD-traditie, meegelezen werd door heel wat wetenschappers maar door niemand van de doelgroep. Zo bruin bakte zelfs De Jong het niet die ter bespreking van een stuk tekst van deel 12 enkele kinderen bij hem thuis nodigde. Een dergelijke nalatigheid is geen verwijt aan Tames. Het is een verwijt aan de opdrachtgevers. Nadat de foute ouders door Loe de Jong weggeschreven waren, worden de kinderen van die ouders door De Jongs opvolgers 'ingepast'. De betrokkenen zelf staan nog steeds buitenspel. Als een volgende generatie hun verhaal wil horen, zal het opnieuw te laat zijn. Cohen had gelijk. Uit respect voor komende generaties is het wijzer in eerste instantie aandacht te besteden aan de bronnen. Dat is minder sexy maar het getuigt wel van het voor goede geschiedschrijving noodzakelijke relativeringsvermogen.

Met vriendelijke groet

Chris van der Heijden


maandag 27 april 2009

Artikel in Opzij

Deze maand in de vernieuwde Opzij: DOCHTERS VAN NSB'ERS

In mei staat iedereen weer even stil bij de Tweede Wereldoorlog. Maar sommige vrouwen leven nog dag in dag uit met de gevolgen ervan. Zelf waren ze net of nog niet geboren, maar hun ouders waren destijds fout. Historicus Zonneke Matthée ontdekte tijdens haar onderzoek naar dochters van NSB-ouders welke trauma's dat kan veroorzaken. Twee dochters vertellen zelf hoe diep de verscheurdheid in hun leven heeft ingegrepen.

dinsdag 21 april 2009

Roman: ''Heb ik een 'foute' vader?''

Persbericht:
NIEUW BOEK van Swalmenaar André M. Nijssen -

TITEL: “Heb ik een “foute” vader?”

De Swalmer auteur start zijn nieuwste boek met een ontroerende beschrijving van de crisis van de dertiger jaren, die hij als kind nog heeft meegemaakt. Er waren toen ruim 400.000 werklozen, die in grote vertwijfeling alles deden om hun dagelijks brood te verdienen. De regeringen van Colijn en Ruys de Beerenbrouck deden weinig of niets om aan die ellende een einde te maken. Uitkeringen bestonden toen nog niet. Een werkloze moest zich op het gemeentehuis inschrijven en zich elke dag op verschillende tijdstippen melden om fraude te voorkomen. Dan kreeg een gezin met twee kinderen fls. 15.—per week, waar men nauwelijks van kon leven. Er heerste grote vertwijfeling, verbittering, wanhoop en schaamte en velen werden opstandig omdat ze niet aan het werk kwamen. Sommigen kwamen uit ellende zelfs tot zelfmoord. In die grote armoede ontstond de NSB die haar eerste landdag hield in Utrecht en die vooral sterk werd in de armste gebieden van het land: Drenthe, de Veluwe en ook Limburg. Bij het uitbreken van de oorlog schaarde de NSB zich helaas aan de kant van de bezetter. Tal van kinderen hebben een trauma opgelopen omdat hun ouders fout waren in de oorlog. Zelfs na al die jaren is het onderwerp nog ongelooflijk beladen. Historisch gezien is het onderwerp van “foute”Nederlanders bijzonder interessant omdat er nog zo weinig onderzoek naar werd gedaan. Sommige verhalen van NSB kinderen staan thans gebundeld op de website “Open Archief”. Naar schatting zijn er in Nederland zo’n 500.000 kinderen van “foute”ouders. Dat is berekend op basis van de dossiers van het Ministerie van Justitie van na de oorlog veroordeelde NSB’ers. De werkgroep “Herkenning”werd speciaal opgericht om elkaar te steunen. Er blijkt toch nog veel onverwerkt verdriet te zijn. De komende vier jaar doet “Het Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie”, (NIOD), onderzoek naar de positie van voormalige NSBers, hun vrouwen en kinderen in de naoorlogse samenleving.

De zesde roman van de Swalmer auteur André M. Nijssen handelt over dit heikele onderwerp. Hij schildert de enorme recessie van de 30er jaren na “Black Tuesday”. Net als de crisis van het ogenblik trof die crisis niet enkel Amerika, maar hij werkte door in de heel de wereld met vergaande gevolgen. De auteur zat persoonlijk vijf jaar in het verzetswerk. Hij beschrijft het redden van piloten onder het oog van NSB'ers en het laten ontsporen van een munitietrein dan ook op een ongemeen spannende manier. Na de bevrijding werd genadeloos jacht gemaakt op die landverraders. Hij beschrijft de zeer emotionele taferelen welke zich in die volkswoede afspeelden in die tijd waarin de wetteloosheid aanleiding was tot het mores leren aan verraders. Mensen werden in elkaar geslagen, vrouwen kaalgeschoren en met menie beschilderd rondgereden, vernederd en in blinde woede mishandeld. Na de bevrijding heerste er maandenlang chaos, massahysterie terwijl mensen waanzinnig werden afgeranseld door groepen die met het echte verzetswerk nooit in aanraking waren gekomen. De bevrijding was voor velen een heugelijk feit, maar voor anderen begon toen een nieuwe strijd. 150.000 mensen werden door de rechter gestraft, sommige NSBers kregen de doodstraf, anderen werden in werkkampen ondergebracht. Het zijn vooral de kinderen van die NSB'ers, die onschuldig waren aan de daden van hun vaders, maar die tot op heden last hebben van de keuze van hun ouders. De auteur beschrijft ontroerend het leed dat een onschuldig meisje werd aangedaan. Hoe ze op haar school werd gepest en waar de directeur haar tenslotte verwijderde vlak voor haar eindexamen. Hoe ze uitgestoten werd, beschimpt, gepest, getreiterd, hoe ze zelfs haar verloofde verloor door de daad van haar vader, waardoor ze in een wurgende, deprimerende stresssituatie geraakte. Ook haar eerste baan verloor ze omdat bleek dat haar vader lid van de partij was geweest. Bij bedrijven als Shell en de Hoogovens accepteerde men in hogere functies niemand die niet volkomen politiek betrouwbaar was geweest. Ontroerend en adembenemend wordt beschreven wat er allemaal gebeurde met het dochtertje van een NSB'er. Ook hoe zo’n kind tot lang na de oorlog te lijden had van het lidmaatschap van haar vader, door uitsluiting, eenzaamheid, vervolging en geweld. Daardoor is het niet enkel een ontroerend en spannend boek, maar het behandelt tevens een stuk Nederlandse historie, die in de geschiedschrijving weinig aandacht heeft gehad.

“Heb ik een “foute”vader?” – Auteur André M. Nijssen, Uitgever Free Musketeers, Zoetermeer. Te bestellen via de boekhandel of via de website van de uitgever.

186 spannende pagina’s voor slechts € 16.95.

Gegevens over de auteur:

André Nijssen zat zo’n vijf jaar in het verzet. Vanaf 1973 had hij in Leuven (B) een bureau dat meer dan 25 jaar aan tal van multinationals en middelgrote bedrijven diensten verleende op het gebied van consulting, vorming en training en selectie. Hij was als gastdocent, licentie marketing, verbonden aan de Rijks Universiteit van Gent. Hij publiceerde 19 zakelijke en 5 historische boeken. “Heb ik een “foute”vader?” is zijn zesde fictie roman.